
De kracht van opstellingen
september 24, 2025
PCOS ontrafeld
december 22, 2025De wereld digitaliseert in een rap tempo, en als psychologen kunnen we daarin natuurlijk niet achterblijven. Net zoals je voor persoonlijke groei zelfhulpboeken kunt lezen of educatieve podcasts kunt luisteren, kun je tegenwoordig ook zelfstandig aan de slag met online zelfhulpprogramma’s, zowel om je kennis te vergroten als om daadwerkelijk stappen te zetten richting verandering.
Ik hoor je al denken: “wat moet ik mij daar nu precies bij voorstellen?” “Wat kan ik daarvan verwachten?” Ik zal proberen daar een duidelijk antwoord op te geven. Hiervoor draag ik verschillende soorten programma’s aan, licht ik toe waar ze uit bestaan, leg ik uit hoe ze optimaal te gebruiken zijn en wat onderzoek hierover aan effecten laat zien. Je mag je afvragen of het inschakelen van een psycholoog altijd noodzakelijk is, maar kan het gebruik van zelfhulpmethodes de rol van een professionele psycholoog deels of zelfs in het geheel vervangen? Ook dat komt aan bod, maar laten we bij het begin beginnen.
Een veelgebruikte term is E-health. Binnen de psychologie wordt dit ook wel E-mental-health genoemd. Het woord zegt het eigenlijk al: het gebruik van technologie, zoals apps, websites en slimme gadgets, om de gezondheidszorg makkelijker en beter te maken.
Zorgverzekeraars stimuleren psychologen steeds meer om E-health toe te voegen aan hun behandelingen. Daar zijn een paar redenen voor. Ten eerste maakt het zorg toegankelijker, omdat cliënten niet meer zo afhankelijk zijn van de agenda van de psycholoog. Zeker nu de wachttijden oplopen en er soms aanmeldstops zijn, is dat een groot voordeel. Daarnaast helpt het ook om de zorgkosten te verlagen, omdat deze digitale modules goedkoper zijn dan face-to-face contact met een psycholoog. Bovendien geeft E-health cliënten meer verantwoordelijkheid én zeggenschap over hoe ze met hun problemen aan de slag willen gaan. En ook niet onbelangrijk: deze vorm van hulp kan al vroegtijdig en preventief worden ingezet, in de hoop dat de problematiek daardoor niet in ernst hoeft toe te nemen. Kortom, met E-health kun je in relatief korte tijd veel mensen helpen, wat het een zeer efficiënte vorm van zorg maakt.
Er verschijnt steeds meer literatuur die aantoont dat e-health effectief is. Bij het bestuderen van deze onderzoeken is het echter belangrijk om goed te letten op welke E-healthinterventies daadwerkelijk zijn onderzocht, zodat er geen appels met peren worden vergeleken.
E-health kan ten slotte op diverse manieren worden toegepast binnen de zorg; als onbegeleide zelfhulp, begeleide zelfhulp met onlinefeedback of als blended behandeling waarbij face-to-face- (of videobel)sessies worden afgewisseld met online zelfhulpmodules.

Onbegeleide zelfhulp
Als iemand (nog) niet in zorg is, is onbegeleide zelfhulp de enige optie. Je zou denken, het kan eigenlijk alleen maar iets opleveren, maar de mate waarin het ècht verschil gaat maken, hangt wel af van de manier waarop de app gebruikt wordt. Pak je de app er pas bij als je de controle volledig kwijt bent of om je gevoelens en gedachten te onderdrukken, dan zal het niet het gewenste effect hebben. De timing, de consistentie en de mindset waarmee je de app inzet, zijn hierbij bepalend. Uit een onderzoek van Richards & Richardson (2012) blijkt bijvoorbeeld al dat de drop-out bij onbegeleide zelfhulpprogramma’s 73% bedraagt, terwijl dit bij begeleide programma’s aanzienlijk lager ligt, namelijk op 28%.
Begeleide zelfhulp
Hieronder vallen platforms waar zorgprofessionals en cliënten met elkaar kunnen interacteren via online programma’s. De programma’s omvatten ondersteunende video’s, animaties, invulformulieren, vragenlijsten en meer.
Waar begeleide zelfhulp zich in mijn ogen heel goed voor leent is bij de opstart en afronding van de behandeling. Bij start biedt zo’n zelfhulpportaal de gelegenheid om op een interactieve manier psycho-educatie aangereikt te krijgen, zonder dat dit te veel tijd van de behandeling in beslag hoeft te nemen. Daarnaast is het een handig hulpmiddel om een zogeheten signaleringsplan te maken, waarbij je als cliënt voor jezelf noteert wat je in tijden van stress zelf kan doen om de spanning naar beneden te brengen en/of wat er ander daarin kan doen ter ondersteuning. Ook bij de afronding kan zo’n portaal van grote waarde zijn, omdat je hiermee voor jezelf een terugvalpreventieplan kunt maken waarin je alle opgedane kennis overzichtelijk samenbrengt.
Effectiviteit van zelfhulpmodules
In korte tijd is het aanbod van E-health op de markt flink gegroeid, maar is alles daarvan wel even geschikt? Voor zowel cliënten als behandelaren is het belangrijk om inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van dit aanbod. Het Trimbos-instituut heeft daarom, samen met betrokken partijen, het kwaliteitskeurmerk www.onlinehulpstempel.nl ontwikkeld.
In geval van een kwalitatief sterke tool, wil het tevens niet automatisch betekenen dat het ook zo doorwerkt naar de cliënt. Namelijk, de implementatie van de e-health laat nog weleens te wensen over door het gebrek aan kennis, vaardigheden en motivatie van behandelaren. Meer hierover lees je in een andere blog.
Naast de toename van onderwijs daartoe, wordt er al meer wetenschappelijk onderzoek verricht naar de effectiviteit van verschillende vormen van e-health. Zo zijn er zes veelgebruikte e-health zelfhulpprogramma’s van Therapieland en Gezondeboel onder de loep genomen. De effectiviteit van de programma’s is gemeten aan de hand van het herhaaldelijk afnemen van gevalideerde klachtenlijsten. Bij 82% van de deelnemers werd een gemiddelde afname van 32% in klachten geconstateerd bij de nameting ten opzichte van de voormeting.
Begeleide zelfhulp in plaats van psychologische zorg: risico of kans?
Steeds vaker wordt ervoor gekozen om bij aanmelding direct begeleide zelfhulp aan te bieden, nog voordat er ruimte is voor face-to-face contact. Alsmede tussen de intake en eerste behandelconsult in. Dit gebeurt vooral om cliënten sneller te kunnen helpen, ter tegemoetkoming aan de toenemende wachttijden. Een schot in de roos, toch? Niet helemaal: hiermee valt de cliënt namelijk al onder de eindverantwoordelijkheid van de behandelaar, terwijl hij/zij de cliënt nog niet (voldoende) persoonlijk heeft kunnen zien of beoordelen. Dit brengt op het gebied van veiligheid risico’s met zich mee, zowel voor de cliënt als voor de behandelaar. Hiervoor zullen vangnetten ontworpen moeten worden.
Samenvattend kan worden gesteld dat zelfhulpmethodes zeker een plaats verdienen binnen de hulpverlening, zolang ze van kwaliteit zijn, gepaard gaan met deskundige begeleiding en zorgvuldig worden getimed.




