
Een piep horen is geen feest
september 20, 2024
Ieder begin heeft een einde
november 3, 2024Is het wel echt zo plezierig om slim te zijn? Overal een antwoord op hebben kan handig zijn, maar het heeft ook mindere kanten. Je vindt moeilijk aansluiting met anderen, je raakt gauw verveeld en je voelt je onbegrepen. Het wordt vaak pas op latere leeftijd ontdekt, waardoor de cruciale jaren waarin passende ondersteuning het verschil kan maken, allang zijn verstreken. Is een hoog IQ dan wel een garantie voor succes?
Een gemiddeld intelligentieniveau ligt tussen de 90 en 110. Bij een Intelligentie Quotiënt (IQ) tussen 110 en 120 spreekt men van een bovengemiddeld intelligentieniveau. Een hoogbegaafd kind heeft een IQ van 130 of hoger. Het gaat hier om 2% van de bevolking. Maar valt hoogbegaafdheid alleen uit te drukken in een IQ-score? Het antwoord daarop is ‘nee’. Hierin tellen net zo goed persoonlijkheidskenmerken mee. Veelal wordt er pas actie ondernomen zodra men een aantoonbaar IQ heeft van 130, maar daarmee ga je voorbij aan het feit dat een intelligentietest slechts een momentopname is, dat er nog andere belemmerende factoren mee kunnen spelen die de testscore kleuren. Een IQ is niet statisch, maar dynamisch. Het kan nog veranderen naargelang de situatie en mate van ontwikkeling.
Waar kan je hoogbegaafdheid nog meer aan herkennen?
- Het zijn snelle denkers. Zij zijn goed in het leggen van verbanden.
- Zij hebben een hoog rechtvaardigheidsgevoel.
- Zij zijn visueel ingesteld.
- Zij zijn creatief aangelegd.
- Zij gaan discussies niet uit de weg.
- Zij hebben moeite met samenwerken.
- Zij zijn ongeduldig.
- Zij zijn sensitief, gevoelig voor zintuigelijke prikkels.
- Zij trekken toe naar oudere kinderen/volwassenen.
- Zij leggen de lat hoog voor zichzelf (perfectionisme).
- Ze zijn minder gevoelig voor motivatie van buitenaf.
Een Poolse psychiater Dabrowski biedt inzicht in de intensiteit van hoogbegaafdheid door overprikkeling te onderscheiden op een of meer van de vijf gebieden: intellectueel (grote nieuwsgierigheid en diepgaande vragen), verbeeldingskracht (fantasie en dagdromen), emotioneel (intense emoties), psychomotorisch (enthousiasme en fysieke activiteit), en zintuiglijk (overgevoeligheid van de zintuigen).
Niet te verwarren met AD(H)D (aandachtsdeficiëntie- en/of hyperactiviteitsstoornis) of autisme
Een kind kan zowel hoogbegaafd als AD(H)D of autisme hebben. Echter, sommige kenmerken van hoogbegaafdheid worden soms onterecht aangezien voor AD(H)D of autisme.
Overeenkomsten tussen AD(H)D en hoogbegaafdheid zijn onder andere de aandachtsproblemen, rusteloosheid, moeite met aan regels houden. Echter, kinderen met AD(H)D zijn over het algemeen minder consistent in hun prestaties en efficiëntie. Hoogbegaafde kinderen zijn daarentegen meestal wel consistent, mits ze voldoende worden uitgedaagd. In tegenstelling tot hoogbegaafden hebben kinderen met AD(H)D vaak meer moeite om een onderbroken taak weer op te pakken.
Overeenkomsten tussen autisme en hoogbegaafdheid zijn overgevoeligheid voor zintuigelijke prikkels, ergens volledig in opgaan, gerichtheid op feiten en een groot rechtvaardigheidsgevoel. In tegenstelling tot hoogbegaafde kinderen vertonen kinderen met autisme echter sociale onhandigheden en hebben ze moeite om zich in anderen in te leven.
Stelling: een hoog IQ geeft automatisch een laag EQ
IQ (intelligentiequotiënt) en EQ (emotionele intelligentiequotiënt) zijn twee verschillende maatstaven voor intellectuele en emotionele capaciteiten. IQ meet cognitieve vaardigheden zoals logisch redeneren, geheugen en ruimtelijk inzicht. EQ richt zich op sociale vaardigheden, empathie en emotioneel bewustzijn, oftewel het vermogen om emoties te herkennen, te begrijpen en effectief te reguleren, zowel bij jezelf als bij anderen.
Er wordt vaak aangenomen dat een hoog IQ gepaard gaat met een lager EQ en omgekeerd, maar is dit wetenschappelijk onderbouwd? Treglown & Furnham (2023) hebben dit onderzocht. In hun studie waren de correlaties overwegend negatief (hoog IQ – laag EQ), maar zeer klein. De verbanden zijn zo gering dat het onwaarschijnlijk lijkt dat IQ en EQ sterk met elkaar samenhangen.
Waar vraagt het “niet” om aan begeleiding?
Meer van dezelfde leerstof/taken voorgeschoteld krijgen kan verveling en school-/werkmoeheid teweegbrengen. Wanneer zij naast hun reguliere taken nog meer opdrachten krijgen, is de kans groot dat ze gaan denken: ‘als ik langzamer werk, voorkom ik dat ik nóg meer moet doen.’
Waar vraagt het “wel” om aan begeleiding voor kinderen met hoogbegaafdheid
Het Landelijk Informatiecentrum Hoogbegaafdheid hanteert het interventiemodel van Hooft en Van der Zwan, dat bestaat uit de drie V’s: versnellen, verrijken en verbinden. Idealiter neemt het kind wekelijks deel aan de plusklas, waar het in contact komt met andere ontwikkelingsgelijken.
Waar vraagt het “wel” om aan begeleiding voor volwassenen met hoogbegaafdheid
Er heerst voor deze mensen een grote mismatch met de omgeving, aangezien de maatschappij niet op hoogbegaafdheid ingericht is. O.a. het onderwijssysteem, maar ook de manier waarop het werk is georganiseerd. Met name ligt in beide omgevingen de onderbelasting op de loer. Bijvoorbeeld wanneer het te eenvoudig of eentonig werk betreft. De daaruit voortkomende demotivatie kan met de tijd zorgen voor vermoeidheid, slecht slapen, agitatie en depressieve klachten. Anderzijds kan de gevoeligheid voor zintuigelijke prikkels leiden tot overprikkeling en stress. Hoogbegaafden willen het veelal goed doen, trekken daarmee werk naar zich toe en helemaal wanneer het wat uitdagendere projecten zijn, kan het zijn dat men op den duur vastloopt. Ten slotte wordt vanuit onbegrip snel uitgegaan van betweterigheid, waardoor men niet altijd even goed in de groep licht.
Of er nu sprake is van onder- of overprikkeling, het is belangrijk om zowel bewust te zijn van diens gevoeligheden als van hun sterke kanten. Elke hoogbegaafde persoon heeft unieke persoonskenmerken. Hoogbegaafdheid is een multidimensionaal en dynamisch concept. Daarom moedig ik leerkrachten en leidinggevenden aan om voor iedere hoogbegaafde persoon an sich te kijken waar hij of zij bij geholpen is, zodat zij in hun kracht gezet kunnen zetten. Zet hen in op gebieden waar ze interesse in hebben en waar ze excelleren. Dit resulteert in een win-win situatie.




