
Slim zijn is overrated
oktober 1, 2024
Van kantoor naar de keukentafel: is thuiswerken een blijvertje?
november 10, 2024Angst voor de dood is iets wat je vaak om je heen hoort. De manier waarop mensen de dood ervaren, wordt beïnvloed door hun geloof en cultuur, maar uiteindelijk krijgt iedereen er op een bepaald moment mee te maken. Hoewel angst bedoeld is om ons ergens voor te behoeden, is er voor de dood geen ontsnappen aan. Dus, wat heeft die angst dan voor zin?
Voor de duidelijkheid wordt er in dit artikel niet direct uitgegaan van thanatofobie, een specifieke fobie die zich kenmerkt door een intense angst voor de dood en alles wat daarmee verband houdt. Deze vorm van angst is buitenproportioneel. Het draait in dit artikel om ‘doodsangst’, een natuurlijke reactie op de dreiging van de dood.
Iedereen heeft zijn eigen redenen om bang te zijn voor de dood. Voor sommigen is het de angst voor het onbekende, anderen vrezen voor het lijden dat met de dood gepaard gaat, anderen hebben hun twijfels bij het oordeel van God, en anderen maken zich druk om hun nabestaanden. Het is heel menselijk om af en toe bij de dood stil te staan, maar het mag je leven niet gaan beheersen.
Filosofisch perspectief
De Nederlandse filosoof Baruch Spinoza stelde dat de wens om onsterfelijk te zijn in ieder van ons leeft. We hebben de neiging om de eindigheid van ons leven te ontvluchten. Socrates moedigde mensen aan om juist na te denken over hun sterfelijkheid, zodat ze een authentiek en deugdzaam leven kunnen leiden. In deze context is filosoferen een manier om je voor te bereiden op de dood, niet alleen door te reflecteren op de eindigheid van het leven, maar ook door bewust te leven. Wanneer je immers te veel met het einde bezig bent, mis je de kans om te genieten van de tijd die je nog hebt. Dat zou niet de bedoeling moeten zijn.
Stel jezelf maar de vraag: als je de kans kreeg om te weten wanneer je sterft, zou je dat dan willen weten? Dit thema wordt verkend in de familieroman genaamd De onsterfelijken, geschreven door Chloe Benjamin. Zij gaat in op de vraag wat het betekent om te leven in het licht van onze sterfelijkheid. Het verhaal volgt vier broers en zusjes die in de jaren 1960 in San Francisco opgroeien. Op een dag bezoeken zij een waarzegster, die hen hun exacte sterfdatum onthult. Ieder van hen gaat op zijn eigen unieke manier om met deze kennis en dat gaat niet zonder uitdagingen.
In de echte wereld krijg je deze keuze niet zomaar voorgelegd. Behalve dan wanneer je ongeneeslijk ziek bent. Bij het horen van dit schokkende nieuws, is de wedervraag aan artsen al snel: hoe lang heb ik nog? Weken, maanden? In feite sta je dan voor hetzelfde dilemma. Wil je dat wel echt weten en ga je je leven plotseling anders inrichten zodra je beseft dat je nog maar kort te leven hebt? En wat wordt dan echt belangrijk? Zal je een bucketlist moeten opstellen met daarop alle dingen die je nog gezien of gedaan wil hebben? Dat is meestal niet wat ik tegenkom. De meeste mensen die ik spreek op de afdeling medische psychologie van het ziekenhuis willen zoveel mogelijk tijd doorbrengen met hun dierbaren en willen het liefst niet anders behandeld worden dan anders. Hoe meer aandacht er aan de sterfelijkheid wordt besteed, hoe krampachtiger het wordt, waardoor er een smet op de momenten samen komt te liggen.
Alles bij elkaar zou je kunnen zeggen dat we niet om de sterfelijkheid heen kunnen, noch moet het de centrale focus van ons leven zijn. De eindigheid van het leven kan ons aanmoedigen om spaarzaam met onze tijd om te gaan, door zoveel mogelijk uit het leven te halen wat erin zit enerzijds en door je deugdzaam op te stellen anderzijds.
Plato betoogt dat de dood niets is om bang voor te zijn. Hij geloofde in de onsterfelijkheid van de ziel en stelde dat ons leven moet worden geleid in overeenstemming met deugd en wijsheid, zodat de ziel goed is voorbereid op het leven na de dood. Dat brengt ons bij het geloof.
Religieuze perspectief
Christenen en moslims zien de dood niet aan voor een definitief einde, maar eerder als een overgang naar een andere staat van bestaan. Ook zij gaan ervan uit dat de ziel onsterfelijk is en dat deze na de dood een bestemming heeft, afhankelijk van hoe desgewenst iemand zich in het leven heeft opgesteld.
Kunnen we dan aannemen dat zolang je je conform je geloof gedraagt, je ook niets te vrezen hebt? Er werd lange tijd aangenomen dat religie de angst voor de dood vermindert of zelfs elimineert. Onderzoek toont echter aan dat dit afhangt van de mate van intrinsieke betrokkenheid bij de religie. Mensen die intrinsiek religieus zijn, blijken minder bang voor de dood te zijn dan degenen die extrinsiek religieus zijn. Extrinsieke religiositeit is religieus gedrag dat voortkomt uit praktische overwegingen, zoals de sociale en emotionele voordelen van het naleven van een geloof. Bij Intrinsieke religiositeit gaat het om een oprechte overtuiging.
Samenvattend kan religie weliswaar troost bieden, maar het kan niet fungeren als een vangnet tegen de angst voor de dood. Dit zou namelijk een uiting van extrinsieke religiositeit zijn. Wees dus vooral trouw aan je eigen zienswijze over wat een waardig leven behelst en richt je aandacht vooral daarop in plaats van bezig te zijn met wanneer het ophoudt.




