
Bindingsangst: de schijnoplossing voor verlatingsangst
maart 17, 2025
Cannabis is geen kattenpis
juni 18, 2025Kostenbesparingen maken al geruime tijd een vast onderdeel uit van het zorgbeleid. Ook de wachttijden vertonen een zorgwekkende toename. Een gebrek aan medische zorg kan mensenlevens kosten, maar ook binnen de geestelijke gezondheidszorg zijn de gevolgen eveneens ingrijpend en potentieel fataal.
Volgens het RIVM is de wachttijd voor specialistische GGZ voor volwassenen gemiddeld 21 weken. Wanneer tijdige hulp uitblijft, verergeren de problemen, waardoor de behandeling complexer wordt en er minder psychologen zijn die over de benodigde specialisatie beschikken. De impact van het langdurig uitblijven van hulp is nog altijd zichtbaar in het nieuws. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte bekend dat er vorig jaar 1.849 mensen door zelfdoding om het leven zijn gekomen. Het aantal zelfdodingen onder vrouwen jonger dan 30 jaar is zelfs nog nooit eerder zó hoog geweest.
Renske Gilissen, hoofdonderzoeker bij Stichting 113 Zelfmoordpreventie en hoogleraar suïcidepreventie aan de Universiteit Leiden, stelt dat het lastig is om een eenduidige verklaring voor de cijfers te vinden. Suïcidaliteit is zeer complex; er valt nooit slechts één oorzaak voor aan te wijzen. Het zou dan ook te kort door de bocht zijn om te stellen dat de stijging in het aantal zelfdodingen uitsluitend het gevolg is van de druk op de zorg. In een artikel uit 2020 van GGZ Nieuws wordt er desondanks wel een verband gelegd. Op verzoek van het ministerie van VWS heeft 113 Zelfmoordpreventie onderzoek verricht naar de opvallende stijging van suïcides. Uit de interviews met betrokkenen (familie, docenten, hulpverleners/psychologen) bleek dat de jongeren steeds meer in isolement terechtkwamen. Van de jongeren was 63% in zorg. Ondanks de inspanningen die vanuit verschillende hoeken geleverd zijn, zijn de ouders niet te spreken over het zorgsysteem. De jongeren belanden al gauw in een over en weer van aanmeldingen, wachttijden, diagnostiek en doorverwijzing. Het ontbreekt aan continuïteit en onderlinge samenwerking. De ouders hebben zich hier niet genoeg betrokken en gehoord gevoeld.
Onder andere zullen de psychologen hierin verbeteringen moeten doorvoeren en hun werkwijze moeten optimaliseren. Echter, hiermee stuiten zij onvermijdelijk op het huidige beleid, dat gericht is op het verankeren van kortdurende behandelingen. De kortdurende therapievorm lijkt vooral te zijn ingevoerd vanuit economische motieven, eerder dan op basis van inhoudelijke behandelprincipes. In het verleden werden soms onterecht langdurige behandeltrajecten ingezet, wat aanzienlijke kosten met zich meebracht. Tegelijkertijd blijft er ook een groep mensen over voor wie deze verkorte aanpak onvoldoende blijkt en die daardoor niet de zorg krijgt die nodig is (Rijnders et al., 2002).
De geestelijke gezondheidszorg (ggz) wordt sinds 2022 bekostigd vanuit het Zorgprestatiemodel (ZPM). Hiermee zijn een tal aan veranderingen en voorwaarden doorgevoerd.
Er zijn genoeg valide redenen te noemen voor het feit dat het ZPM deze richtlijnen hanteert:
– Het ZPM draagt bij aan transparantie door inzichtelijk te maken hoe tijd en kosten binnen de zorg worden besteed. Alleen directe tijd waarin daadwerkelijk contact met de patiënt heeft plaatsgevonden – face-to-face, telefonisch of via beeldbellen – mag om die reden worden gedeclareerd. In een diagnostiek consult zit gemiddeld meer indirecte patiëntgebonden tijd dan in een behandelconsult, denk aan het scoren van vragenlijsten/testmateriaal en het maken van een onderzoeksverslag. Er gelden geen universele, wettelijke maximale aantal diagnostiek consulten. Meestal wordt 2 tot 4 diagnostiekconsulten voor gangbaar aangezien. Na het stellen van een diagnose dient de hulpverlener de overstap te maken naar behandelconsulten, waar een minder hoog uurtarief tegenover staat. De bandbreedte van diagnostiek wordt in de contracten tussen ggz-aanbieders en zorgverzekeraars opgenomen. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, mits dit goed onderbouwd wordt.
– Het ZPM bevordert efficiënter werken, waarbij de psycholoog zijn werk in zo kort mogelijke tijd dient uit te voeren. Des te eerder is de patiënt ook aan zijn problemen geholpen.
Tegelijkertijd dient er wel het volgende in oogschouw genomen te worden:
– De toename van niet-declareerbare uren kan daarin gevolgen hebben voor de werkbelasting van de psycholoog.
– De bezuinigingen in de zorg/de beperkte bestedingsruimte voor diagnostiek vergroot het risico op misdiagnoses. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) uit haar zorgen over de summiere rol die diagnostiek vandaag de dag binnen de geestelijke gezondheidszorg inneemt. Volgens voorzitter Elnathan Prinsen wordt het belang ervan niet altijd erkend, terwijl een juiste diagnose juist de basis vormt van het werk van psychologen.
– De invoering van het ZPM heeft in de praktijk geleid tot duidelijkere verschillen tussen zorgverzekeraars, bijvoorbeeld in welke zorgprestaties zij vergoeden, onder welke voorwaarden dit gebeurt en welke tarieven daarvoor gelden. In de praktijk geeft dit veel vragen en legt dit een zekere verantwoordelijkheid bij de cliënt. Met enige regelmaat zal de cliënt ter verduidelijking bij de zorgverzekeraar te rade moeten gaan waar hij/zij zoal recht op heeft.
De maatschappij kan niet draaien zonder de inzet van psychologen, maar ook psychologen kunnen niet functioneren zonder de steun van de maatschappij. Daarom is het essentieel om voortdurend te zoeken naar werkbare oplossingen, zodat psychologen optimaal in staat worden gesteld om de beste zorg te leveren.




