
De onzichtbare kracht van hormonen
juli 17, 2024
Levend verlies: de kunst van aanpassen aan verandering
juli 30, 2024Er ontstaat verwarring over het gebruik van deze terminologie, wat al meer een eigen leven gaat leiden en het vinden van de juiste aanpak belemmert.
Binnen trajecten gefinancierd door werkgevers, kom ik regelmatig in aanraking met mensen met burn-outklachten. En dat is niet zo gek, want de cijfers van het RIVM liegen er niet om. Van de mannelijke werknemers (15 t/m 74 jaar) heeft 18,3% burn-out klachten. Voor vrouwelijke werknemers is dit 21,9%. Wanneer je langere tijd meer van jezelf vraagt dan dat je kan leveren, raak je overbelast. In dat geval raak je het overzicht kwijt en voel je je geestelijk moe, uitgeput, opgebrand en/of opgejaagd. Je kan je dagelijkse bezigheden niet langer naar behoren uitvoeren. Veelvoorkomende klachten zijn vermoeidheid, prikkelbaarheid, piekeren, spanningshoofdpijn, slaapproblemen, concentratie- en geheugenproblemen. Wanneer dit langer speelt dan een half jaar, wordt van een burn-out gesproken.
Een probleem binnen de GGZ is dat een burn-out niet officieel erkend wordt als een DSM-5 diagnose. De zorgverzekeraars zien een burn-out aan voor een verklaarbare aanpassing op een niet normale situatie. Met andere woorden zouden de klachten niet bestaan als de werksituatie er anders uit zou hebben gezien en zal daar dus iets aan moeten veranderen. Simpel zat, of toch niet?
Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bestempeld een burn-out als een werkgerelateerde aandoening, ofwel een beroepsziekte, veroorzaakt door chronische stress op de werkplek. Alhoewel deze definitie de oorzaak volledig bij werk neerlegt, heeft het privéleven eveneens invloed op het ontwikkelen van een burn-out. Het blijft een samenloop van omstandigheden die iemand op slot overstijgen.
In 2022 meldde de Volkskrant dat het gebrek aan erkenning eveneens voortkomt uit het feit dat geen enkele arts een burn-out betrouwbaar kan vaststellen. De term is (helaas) trendy en wordt daardoor te snel door mensen in de mond genomen. Een burn-out heb je niet van de ene op de andere dag. Dit bouwt zich met de maanden/jaren op. Dit gaat heel ongemerkt, waardoor men het veel te laat bij zichzelf doorheeft. Een zekere mate van (werk)stress hoort erbij en kan zelfs ook wel prettig uitwerken, maar alsmaar doorgaan gaat niet. Iedereen heeft zijn limiet. Op slot ga je toch een keer over eigen grenzen. Nu het zover heeft moeten komen, vraagt het om rigoreuze maatregelen te nemen, waarin je in het geheel uit de belastende situatie moet stappen en het beste psychologische hulp kan inschakelen.
Echter stuit je daarmee op het volgende probleem. Juist omdat een burn-out geen erkende diagnose is, rijst de vraag of daarmee de zorg vergoed kan worden vanuit de zorgverzekeraar. Daarmee wordt de diagnosticus in een hoek gedreven waarbij hij/zij op zoek moet naar een DSM-diagnose die daar het dichtst bij in de buurt komt, zoals een depressie, een ongedifferentieerde somatoforme stoornis of een aanpassingsstoornis. De ziektebeelden kennen veel overlap en deels valt dit te onderbouwen, maar is dit wel verantwoord? Moeten de diagnostici zich daar wel willen begeven? Je moet altijd nog wel volledig achter je gestelde diagnose kunnen staan.
Ergens is het ook paradoxaal dat we burn-out doelbewust niet in het pakket van diagnosen opnemen, juist omdat we het begrip moeilijk kunnen definiëren. Moeten we het daarom niet juist meer vorm geven?
Hoog tijd dat deze manifestatie aan klachten nog eens goed onder de loep genomen wordt. Het NIP geeft hierin het goede voorbeeld. Zij hebben een whitepaper geschreven, waarin alle beschikbare onderzoeksresultaten over burn-out terug te lezen vallen. Daarbij hebben zij een model ontwikkeld waarbij de neerwaartse beweging tot aan een burn-out is opgedeeld in fasen, wat het voor mensen makkelijker maakt om vroegtijdig te signaleren dat het de verkeerde kant uitgaat. Iets waar het in eerste plaats aan ontbreekt.
Om de cirkel rond te maken, zouden dergelijke initiatieven moeten bijdragen aan de opname van een burn-out in het classificatiesysteem, de DSM-5. Dit om ervoor te zorgen dat iedereen dezelfde taal spreekt en de vele mensen met een burn-out de zorg zonder al teveel gegoochel van de diagnosticus vergoed krijgen. Let wel, daarmee ben je er nog niet. We moeten ons er tegelijkertijd van bewust maken dat classificeren van een aandoening niet meer is dan het vinden van een passend label, wat verschilt van het leveren van goede diagnostiek. Met het stellen van de diagnose burn-out ben je er nog niet. Dit brengt ons echter bij een volgende discussie.




