
Slaapmedicatie is geen kinderspel!
juli 2, 2024
De onzichtbare kracht van hormonen
juli 17, 2024Wat zijn nachtmerries nou eigenlijk, waar komen ze vandaan en wat kan je ertegen doen?
Enge dromen, we hebben er allemaal wel eens mee te maken. Ook ik ken ze maar al te goed. Als kind had ik een haat-liefdeverhouding met slapen. Ik viel snel in slaap, maar zodra ik sliep, was ik constant bezig met dromen. En nee die waren niet altijd even plezierig. Deze konden levensecht aanvoelen. Gelukkig nu ik volwassen ben heb ik er lang niet zoveel last meer van, maar helaas is dat niet bij iedereen het geval. Voor hen vervalt de functie van dromen, namelijk emoties verwerken en/of het voorbereiden op een mogelijke ramp. Hun brein krijgt continu een gevarenprikkel, waardoor een opgejaagd en angstig gevoel ontstaat en met de tijd ook slaapgebrek.
Van droom naar nachtangst (Night Terrors)
Droom: dit heeft geen negatieve, emotionele impact.
Nare droom: dit gaat gepaard met enig ongemak of negatieve gevoelens.
Nachtmerrie: een verontrustende droom die sterke angst of paniek geeft en je laat ontwaken. Dit komt voor in de REM-slaap.
Nachtangst: symptomen van een nachtmerrie met daarbovenop schreeuwen en/of fysieke tekenen van angst. Je kan een nachtmerrie meestal nog navertellen. Bij nachtangst weet je de droom niet meer. Dit treedt meestal op tijdens de diepe slaap.
Uit elke fasen bestaat slaap?
1. Inslapen
2. Lichte slaap
3. Diepe slaap, ademhaling verloopt langzaam en je hart klopt minder snel. Hier word je minder snel wakker.
4. REM-slaap, ademhaling en hartritme verloopt onregelmatig, je bloeddruk stijgt en je ogen bewegen snel heen en weer. Je spieren zijn volledig ontspannen of verlamd. Ook in de andere fasen kan je dromen, maar wanneer je ontwaakt uit de REM-slaap weet je vaak nog wat je gedroomd hebt.
Stoornissen
De DSM-5, het handboek gepubliceerd door de American Psychiatric Association, bevat een classificatie van de zogeheten nachtmerriestoornis. Nachtmerriestoornis, ook wel droomangststoornis genoemd, duidt op een patroon van herhaaldelijke angstaanjagende en levendige dromen die significant leed veroorzaken of het functioneren belemmeren.
Prevalentie
Vooral kinderen hebben last van nachtmerries, met een hoogtepunt rond de leeftijd van 5 tot 6 jaar. Vanuit hun ontwikkelingsfase hebben peuters moeite om fantasie en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden. In jaargang 57 van het tijdschrift Gedragstherapie schreven Jaap Lancee en Annette van Schagen hier een stukje over. Zij halen prevalentiecijfers aan van Gauchat et al. (2014). Zo’n 60-80% van de kinderen tussen 3 en 12 jaar heeft weleens een periode van nachtmerries gehad, waarna het rond het twaalfde levensjaar weer afneemt. Een klein percentage van 2% blijft last houden. In de specialistische ggz ligt dit cijfer hoger. Ongeveer 30% van de cliënten heeft last van nachtmerries, waarvan de meerderheid de diagnose posttraumatische stressstoornis (PTSS) heeft. Binnen deze 30% vallen ook mensen met depressieve stoornissen, angststoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. De auteurs willen in het tijdschrift vooral aangeven dat er in de geestelijke gezondheidszorg ten onrechte nog weinig aandacht is voor nachtmerries. Ze worden lang niet altijd uitgevraagd, herkend of behandeld. Gebrek aan kennis lijkt hieraan ten grondslag te liggen.
Mogelijke oorzaken
1. Het meemaken van een ingrijpende gebeurtenis
2. Een levendige fantasie met angstige gevoeligheid
3. Gebruik van medicijnen of middelen (alcohol, drugs)
Soorten nachtmerries
Er vallen 2 soorten nachtmerries te onderscheiden:
1. Posttraumatische nachtmerries: die ontstaan na een ingrijpende gebeurtenis. 40-98% van de mensen die een trauma hebben opgelopen hebben hiermee van doen.
2. Nachtmerries met thema’s die heftige emoties oproepen: zoals een ongeval, rampen, verlies, geweld etc. Deze nachtmerries kunnen zich herhalen of hetzelfde thema speelt zich af in een telkens een andere situatie (Van Schagen, Lancee, & Spoormaker, 2012).
Wat je ertegen kan doen
Er zijn verschillende psychologische behandelopties voor nachtmerries. Wat je zelfzelfstandig zou kunnen doen is het bijhouden van een nachtmerriedagboek of het doen van ontspanningsoefeningen. Dit kan al enige verlichting bieden. Willen de klachten aanhouden zou je psychologische hulp kunnen zoeken. De meest onderzochte en effectieve therapie is imaginatie- en rescriptingtherapie (IRT). Dit werkt vooral bij terugkerende posttraumatische nachtmerries. Dit is een techniek binnen de cognitieve gedragstherapie (CGT) die de oorspronkelijke nachtmerrie onderdrukt door het anders te laten aflopen. Het nieuwe einde wordt levendig gemaakt door het te visualiseren en door de droom ook meerdere keren thuis in te beelden. Het visualiseren blijkt als vorm van exposure al effectief, maar door de droom te herschrijven krijg je weer een gevoel van controle.
Deze methode lijkt een gunstig effect te hebben op PTSS-symptomen, de slaapkwaliteit en de frequentie van nachtmerries. Niet iedereen blijkt van deze van trauma-georiënteerde cognitieve gedragstherapie te profiteren. Voor deze groep mensen kan het vertellen en daarmee blootstellen aan hun eigen trauma als een te grote drempel worden ervaren (Haeyen & Staal, 2021). In dat geval vraagt het om een stap-voor-stap benadering waarin er in kleine, beheersbare stappen richting het verwerken van het trauma wordt gewerkt. Denk hierbij aan het ontwikkelen van stressmanagement.




